Instrumenten en methoden

Methoden voor Verwerking en Inzicht na EG

Het voert te ver om allerlei methoden te beschrijven in deze Handreiking. Voor meer informatie kun je ook terecht bij het boek: "In Ontmoeting", G. de Groot en J. Simsek.
In deze Handreiking is de beschrijving van enkele ervaringen met de volgende drie methoden opgenomen:

 +   - 

1 - Psycho-educatie

Psycho-educatie is gericht op het vergroten van kennis van de cliënt. In dit geval over wat eergeweld is, wat je het beste bij eergeweld kunt doen, welke vormen van begeleiding er zijn. Deze informatie dient zij correct en begrijpelijk te krijgen. Daarnaast speelt het aanleren van vaardigheden een rol. Psycho-educatie heeft een empowerende werking.

Je geeft de cliënt:

  • informatie over de problematiek van eergerelateerd geweld, de oorzaken, hoe het proces werkt in de gemeenschap, de familie, en in de persoon.
  • inzicht in de psychische en sociale gevolgen.
  • informatie over welke mogelijkheden er zijn om hiermee om te gaan,
  • welke mogelijkheden voor ondersteuning er zijn,
  • en hoe zij kan opkomen voor haar eigen rechten en behoeften.

Deze voorlichting heeft meerdere doelen.

  • Door inzicht te krijgen in het probleem leert de cliënt beter met de situatie om te gaan.
  • Cliënt krijgt meer grip op het eigen leven en kan de kwaliteit daarvan verbeteren.

Daarvoor moet er op maat en passend bij haar leven gewerkt worden. Realiseer hierbij dat veel cliënten niet individualistisch zijn, maar zichzelf als onderdeel van een breder verband, de familie en de gemeenschap, beleven.
Psycho-educatie vindt plaats in de vorm van een vaardigheidstraining, een cursus of individuele gesprekken. Een training of cursus verdient de voorkeur. Cliënt merkt dat ze niet de enige is en kan veel leren van de ervaringen van groepsgenoten.

Psycho-educatie en groepsproces

Bij eerkwesties kan het te risicovol zijn om psycho-educatie in een groep te doen, zeker met groepsgenoten met een zelfde culturele achtergrond. Sowieso kan het werken in een groep meer angsten oproepen dan individueel contact. Angst voor controleverlies: de vrouw weet niet wat er gebeurt met haar verhaal, of het toch niet wordt doorverteld aan de familie. Dwing haar in ieder geval nooit om iets te vertellen wat ze niet wil.

2 - Familieschema

De boom van generaties

Een familieschema of genogram maak je samen met cliënt, om haar (en jou) inzicht in de machts- en gezagsverhoudingen in haar familie te geven.

  • Je tekent samen met haar de stamboom van de generaties van haar familie.
  • Ook de familie intekenen die in het herkomstland woont, of in een ander land. Teken ook degenen die al zijn overleden.
  • Door vragen als: Wie heeft het voor het zeggen in jullie familie? Is dat je echtgenoot, of zijn vader, of zijn grootvader of oma? kom je erachter wie degene is met het meeste gezag. Deze teken je bovenaan, en de rest in mate van gezag steeds daaronder. Het inzicht in de machtsverhoudingen binnen de familie.
  • Door vragen te stellen kan de cliënt het schema maken: waar staat jouw vader? Leeft zijn vader (jouw opa) nog? Heb je broers? Waar staat je moeder?, enz.
  • Zij kan via stippellijntjes ook intekenen wie contact heeft met wie?
  • Nadat het schema klaar is bespreek je wat de betekenis is van ieders plek, wie de baas is, wie haar wellicht steunt, wat haar eigen plek is, etc.
Praktische tips:
  • Gebruik het programma "GenoPro", om een genogram of familiestamboom te maken. Zie www.genopro.com
  • Vooraf zelf een aantal poppetjes in 3 verschillende generaties (van kleiner naar groot) tekenen en uitknippen.
  • Op de mannetjes schrijf je de benamingen echtgenoot, vader, grootvader, oom, broer, schoonzoon, neef (meerdere exemplaren), etc. Voor de vrouwtjes: echtgenote, dochter, schoondochter, moeder, oma, tante, etc.
  • Zorg voor enkele onbeschreven mannetjes en vrouwtjes poppetjes. Deze kan cliënt zelf invullen. Bijv. een tweede vrouw van vader.
  • Cliënt legt de poppetjes op tafel. Of hangt ze met magneetjes of plakspul op een bord.
  • Voordeel van deze losse poppetjes is dat er makkelijker geschoven kan worden.
  • Ander voordeel is dat je deze kunt hergebruiken.

3 - Mind mapping

In het hoofd van cliënten die een angstwekkende en gewelddadige situatie zijn ontvlucht, is het vaak een brij aan gedachten, gevoelens en emoties. Deze overspoelen hen, maken onrustig, gek, en houden hen uit de slaap. Wat heb ik gedaan dat mijn familie zo reageert? Wat moet ik doen? Moet ik terug? Kan ik terug? Wat gebeurt er dan? Wat verwachten ze hier van mij?

Om deze wirwar aan gedachten en gevoelens te ordenen kun je de methode van "mind mapping" toepassen. Werkwijze:

  1. De cliënt maakt een tekening of schets van een thema, bijv: Wat zit er in mijn hoofd? Welke gedachten?
  2. Als zij haar "mind map" gemaakt heeft, stel je haar de vraag: Wat moet er volgens jou gebeuren?
  3. Ze mag dan tekenen en schrijven wat, en hoe, ze het in de toekomst wil.
  4. Daarna bespreek je deze tekening met haar. Wat heb je getekend en waar staat het voor?
  5. Zo kan zij ‘hapbare brokken’ maken van de grote boom met al die honderden takken. Zij kan er weer lijn in zien. Dit helpt om weer grip te krijgen op de gedachten en gevoelens.

Je kunt mind mapping ook inzetten als een cliënt paranoïde is en overal haar familie op de loer ziet. Het maken van een mind map kan ook in een groep van lotgenoten. Wellicht zien ze dan vergelijkbare tekens en woorden op elkaars tekening. Hier geldt: alleen als de groep voldoende veiligheid biedt!

Bij eerkwesties kan het te risicovol zijn om mind mapping in een groep te doen, zeker met groepsgenoten met een zelfde culturele achtergrond. Sowieso kan het werken in een groep meer angsten oproepen dan individueel contact. Angst voor controleverlies: de vrouw weet niet wat er gebeurt met haar verhaal, of het toch niet wordt doorverteld aan de familie. Dwing haar in ieder geval nooit om iets te vertellen wat ze niet wil.

 
 
Met verstand van zaken