Handreiking
Nazorg
Toelichting
De informatie in deze handreiking is mede gebaseerd op ervaringen van de opvangvoorzieningen in de expertgroep. Daarnaast is gebruik gemaakt van‘In ontmoeting’.1 en ‘Eergeweld voorbij. Een nieuwe gemeentelijke aanpak van eergerelateerd geweld’. 2 Ook is gebruik gemaakt van de Verkenning naar nazorg door In-pact.3
Deze Handreiking geeft inzicht in belangrijke zaken rondom de nazorg. De handreiking heeft tot doel stappen in kaart te brengen die de professional moet nalopen en zo mogelijk moet nemen.
+ - Inhoud Handreiking Nazorg
1 - Wat is nazorg
Nazorg: tussen verbondenheid en vrijheid
Er is sprake van nazorg als de cliënt niet meer onder de zorg van de vrouwenopvang valt (noch residentieel, noch begeleid wonen). Nazorg betekent contact houden met de cliënt, nadat de periode van actieve betrokkenheid is afgesloten. Het kan zijn dat de vrouwenopvang de nazorg overdraagt aan een andere ketenpartner, en alleen bij (hernieuwde) problemen bereikbaar is.Nazorg is van groot belang, omdat in de periode dat de cliënt niet meer onder de hoede van de vrouwenopvang is, blijkt of de cliënt inderdaad veilig is, of dat zich nieuwe situaties voordoen waardoor de veiligheid in het geding komt. In deze periode blijkt ook of relaties zich (verder) herstellen of dat de cliënt juist in een isolement terecht komt. En als de vrouw zelfstandig is gaan wonen in een andere stad, zal blijken of de vrouw dit zelfstandige leven zonder familie aankan. Of ze nieuwe contacten opdoet en verstevigt of dat ze teruggaat naar de familie of de stad waar ze vandaan komt. Met alle gevaar van dien.
Nazorg vanuit een beschermingsarrangement
Het toewerken naar de nazorgfase start al tijdens de intake.Vanaf de intake wordt niet alleen inzicht verkregen in het verleden en het nu. Er is ook aandacht voor de toekomst. Wat zijn de kansen voor de cliënt en wat zijn haar toekomstverwachtingen en mogelijkheden? Kan door bemiddeling herstel met de familie plaatsvinden of is herstel niet mogelijk en moet zij ergens anders een nieuw bestaan opbouwen? Hier sluit de nazorgfase op aan.Bij de nazorg wordt uitgegaan van een beschermingsarrangement (in feite wordt het perspectief van bescherming al gehanteerd vanaf binnenkomst bij de vrouwenopvang). Een beschermingsarrangement hanteert als uitgangspunt dat de te beschermen persoon centraal staat, met als doel de veerkracht van de cliënt te vergroten. De verschillende ketenpartners nemen de persoon als uitgangspunt en niet hun eigen organisatieprincipes. Het is een bottom-up benadering waar de te beschermen persoon centraal staat, gericht op het vergroten van sociale bindingen en het versterken van de veerkracht van de cliënt(Beschermingsarrangement).
Warme overdracht en maatwerk
De vrouwenopvang kan alleen via warme overdracht de cliënt helemaal loslaten, dat wil zeggen er moet een waarborg zijn van een van de ketenpartners die contact houdt door een vinger aan de pols te houden, een luisterend oor te bieden en te observeren.. Welke ketenpartner het contact onderhoudt, is van de omstandigheden en het individuele geval afhankelijk. Als het om een minderjarige cliënt gaat, zal bureau jeugdzorg (de casemanager of voogd) doorgaans de regiehouder zijn. Als de cliënt zelf kinderen heeft, kan bureau jeugdzorg ook een rol spelen. Bij veiligheidsrisico’s zal de politie (de wijkagent) een belangrijke rol hebben. Bij verhuizing naar een andere stad kan het AMW de regierol krijgen. Er bestaat geen vast stramien waarop nazorg geboden moet worden. Maatwerk is essentieel.. Nazorg is afhankelijk van de behoefte en veerkracht van de cliënt, krachtbronnen in de sociale omgeving en het sociale netwerk en de soort bedreiging of gevaren.Hoewel het uitmaakt of iemand terug gaat naar de familie en het contact herstelt of dat een nieuw bestaan moet worden opgebouwd in een andere stad, in feite zijn de stappen die gezet moeten worden hetzelfde. Belangrijk is het nazorgtraject in overleg met de vrouw vast te stellen..De behoeften en mogelijkheden van de vrouw in haar sociale omgeving zijn leidend.
2 - Kernbeslissingen en kerntaken
De kernbeslissing gaat over de vraag of de vrouwenopvang de nazorg moet verlenen of dat een andere ketenpartner hiervoor verantwoordelijk is. Om deze beslissing te kunnen nemen moet een aantal stappen worden ondernomen. Als de vrouwenopvang verantwoordelijk is voor blijvende nazorg, is de kerntaak; contact houden met de cliënt. Als de vrouwenopvang niet verantwoordelijk is voor de nazorg, dan wordt dit vastgelegd in een afspraak met de ketenpartner die wel de nazorg tot taak heeft. In geval van minderjarigen zal dit in principe bureau jeugdzorg zijn (casemanager of voogd).
3 - Stappen voordat cliënt kan worden losgelaten
- duidelijk zijn of het contact wel of niet is hersteld met de familie. Of de leefgebieden van de cliënt voldoende op orde zijn en of er een sociaal netwerk is (krachtbronnen in de omgeving),
- duidelijk zijn of er veiligheidsrisico’s zijn en moet er een veiligheidsplan zijn;
- duidelijk zijn welke ketenpartner de regie heeft over de nazorg (monitoring).
Via het nazorgplan wordt hier inzicht in gegeven.
4 - Nazorgplan
Het nazorgplan omvat:
4.1 - individueel plan;
Als de cliënt kinderen heeft moet voor het kind / de kinderen een apart plan opgesteld worden (of een aparte paragraaf per onderdeel binnen het plan van cliënt). (Zie ook Beginfase: Opvang van de kinderen in de Handreiking Begeleiding.)
Het individuele plan gaat in op behoeften van de cliënt, welke ondersteuning en/of welke (therapeutische) hulp nodig is en de verschillende leefgebieden, zoals huisvesting, inkomen, opleiding, werk of vrije tijd komen aan bod.
Het doel van het individuele plan is in te kaart brengen waar de cliënt behoefte aan heeft. Wat zijn haar sterke kanten en waar heeft zij ondersteuning of hulp nodig om haar veerkracht te vergroten. In feite is hier tijdens de opvang vanaf de opname aan gewerkt (zie Handreiking Begeleiding).
In het individuele plan:- moeten de basisvoorwaarden geregeld zijn. Denk hierbij aan huisvesting, inkomen, opleiding of (vrijwilligers)werk;
- moeten juridische kwesties worden doorlopen, bijvoorbeeld de verblijfstatus;
- bij minderjarigen is de voogdij, eventuele adoptie of OTS van belang;
- als de cliënt kinderen heeft zijn afspraken rond de omgang met de vader en familie van belang;
- bij ernstige dreiging moet besloten worden of er een nieuwe identiteit noodzakelijk is. Deze laatste beslissing valt niet onder de beslissingsbevoegdheid van de vrouwenopvang.
In de Handreiking begeleiding na eergerelateerd geweld is ingegaan op de wijze van werken met cliëntn en hoe individuele wensen en mogelijkheden van de cliënt te verhelderen en te verduidelijken. Er is gewerkt aan het contactherstel met de familie of er is duidelijkheid over de consequenties van een definitieve breuk, eventueel via verstoting (Zie: Begeleiding naar leven buiten de familie). Het individuele plan legt de uitkomsten voor de toekomst vast.
De volgende aspecten moeten worden langsgelopen:- Behoefte van cliënt en toekomstperspectief.
Wat zijn de wensen van de cliënt voor de toekomst? Wat is haar perspectief op de toekomst? Hoe ziet ze haar rol erin? Wat zijn haar krachtbronnen en valkuilen? (Zie: ook Krachtbronnen en Vaardigheden leren in de Handreiking begeleiding). - Ondersteuning en hulpverlening.
Aan welke ondersteuning is behoefte binnen het informele en formele sociale netwerk? Welke krachtbronnen zijn er in haar omgeving? Met wie wil zij een dagelijks contact? Wie kan bemiddelen bij gevaar en is er behoefte aan een buddy? Daarnaast is het noodzakelijk dat de gewenste hulpverlening is geregeld voordat de cliënt de opvang verlaat. In geval van een minderjarige kan de mentor op school een belangrijke formele steunbron zijn (Zie ook: Sociaal netwerkplan en in meer algemene zin de Handreiking ketenpartners). - Huisvesting.
Huisvesting moet geregeld zijn. Gaat de cliënt terug naar haar gezin of familie, of gaat ze bij een familielid wonen? Gaat ze zelfstandig wonen in haar woonplaats of in een nieuwe stad en heeft ze een urgentieverklaring om aan een zelfstandige woning te kunnen komen? Zijn hierover afspraken met de woningbouwvereniging of de gemeente? - Inkomen
Is er een inkomen of een uitkering of zijn er andere bronnen van inkomsten? - Opleiding of (vrijwilligers)werk
Vrouwen hebben behoefte aan werk en opleiding om een zelfstandige toekomst op te bouwen. Daarnaast zijn opleiding en (vrijwilligers)werk belangrijk om structuur aan het bestaan te geven. Als er geen werk of opleiding is, zoek dan naar een vorm van dagbesteding (cursussen, vrijwilligerswerk) die aansluit bij de wensen van de cliënt. Ook het sociale aspect speelt hierbij en belangrijke rol. - Juridische aspecten.
Denk hierbij aan de legale status en identiteitspapieren of juridische regelingen rond minderjarigen als adoptie en OTS. Maar ook echtscheiding en omgangsregelingen zijn veelvoorkomende juridische regelingen (Zie: Handreiking begeleiding).
4.2 - steunstructuur;
Het sociaal netwerkplan heeft tot doel inzichtelijk te maken wat de steunpunten zijn (krachtbronnen in de omgeving), zowel informeel van familie, vrienden, en ook buddy’s, als de meer formele contacten van professionals.
Het sociaal netwerkplan brengt in kaart waar de cliënt bescherming en ondersteuning kan vinden. Welk familielid (met status in de familie) ondersteunt haar en kan haar beschermen? Het gaat hierbij om zowel informele als formele contacten. Het is belangrijk dat de cliënt niet in een isolement terecht komt.
- familieleden;
- vriendinnen en vrienden;
- buddy;
- informele contacten, zoals buurvrouw, buurtwerker, imam;
- formele instellingen:
- politie (buurtagent, contactpersoon);
- jeugdzorg bij minderjarigen en als er kinderen gevaar lopen;
- AMW;
- school van de kinderen, mentor, iemand van school maatschappelijk werk;
- LEC EG (bij code oranje/rood);
- OM (bij code oranje/rood);
- Andere ketenpartners (Zie: Handreiking ketensamenwerking)
4.3 - veiligheidsplan bij verlaten vrouwenopvang;
Een veiligheidsplan maken is essentieel. Ook als er geen risico bestaat. Tijdens de opvang is er al een veiligheidsplan gemaakt (Zie: veiligheidsplan in Handreiking begeleiding). Er moet inzicht zijn in de eigen bijdragen van de cliënt inzake haar veiligheid. Als er opnieuw dreiging ontstaat moet bekend zijn welke personen dan een rol kunnen spelen om de dreiging te keren (krachtbronnen in de omgeving). Een veiligheidsplan heeft aandacht voor de individuele veerkracht en voor de krachtbronnen binnen het sociaal netwerk. Het bouwt voort op het individuele plan en het sociaal netwerkplan, maar spitst het toe op het waarborgen van veiligheid. Het bestaat uit drie stappen:
4.3.1 - Stap 1: vaststellen risico
Voordat de cliënt de vrouwenopvang kan verlaten moet opnieuw de veiligheidssituatie worden vastgesteld aan de hand van de risicoscreening Verwey-Jonker en/of een analyse van LEC EG. Dit om te bepalen of er sprake is van veel, weinig of geen risico. Als er weinig of veel risico is, moet er overleg met de politie zijn en moet worden vastgelegd of en hoe de politie betrokken zal zijn. (Zie: Risicoscreening in de Handreiking begeleiding). Als er geen risico is moeten alle stappen toch worden doorgelopen. Het vaststellen van het risico kan ook door een multidisciplinair team, bijvoorbeeld in een ketenoverleg eergeweld als dit in de regio aanwezig is. Aangegeven moet worden waar het mogelijke risico vandaan kan komen en wie een mogelijk gevaar kunnen opleveren.
Mate van risico:- er is geen risico als eerherstel heeft plaatsgevonden;
- er is weinig risico als eerherstel lijkt te hebben plaatsgevonden, maar gevaar kan weer ontstaan;
- er is veel risico als de dreiging niet kan worden weggenomen of een cliënt verlaat de vrouwenopvang ondanks een negatief advies.
4.3.2 - Stap 2: opstellen steunstructuur en vastleggen verantwoordelijkheden
Het sociaal netwerkplan bevat al een overzicht van de belangrijke ondersteunende personen. Het veiligheidsplan geeft expliciet aan met wie contact opgenomen moet worden bij een dreigende situatie. Ook is duidelijk welke maatregelen de cliënt zelf moet nemen en welk risicovol gedrag ze moet mijden. Tot slot staat in het veiligheidsplan welke instanties waar verantwoordelijk voor zijn.
Vastgelegd wordt:- contactpersoon of personen bij dreiging;
- de verantwoordelijkheid van cliënt (risicovol gedrag);
- de verantwoordelijkheid van de vrouwenopvang;
- verantwoordelijkheid ketenpartners: politie, jeugdzorg, ASHG/meldpunt EG, AMW (Zie ook: veiligheid bewaken in de Handreiking begeleiding).
4.3.3 - Stap 3: vaststellen vluchtplan bij terugval
Eerzaken spelen langdurig . Soms lijkt de dreiging verdwenen, terwijl er onderhuids een vulkaan sluimert. Daarom moet er altijd een vluchtplan zijn voor het geval er een plotseling gevaar is. Dit plan bouwt voort op het vastgestelde risico. Dit kan een afspraak met de vrouwenopvang zijn (een bepaalde code is afgesproken), met de politie of een andere ketenpartner. Als er sprake is van dreiging moeten er afspraken met de politie zijn.. Soms zal AWARE of een andere vorm van bescherming zijn vastgesteld, zoals een vlaggetjessysteem bij de politie zodat ze direct aanrijden bij melding. Of een regeling met een buurtagent bij dreiging.
Het vluchtplan bestaat uit (Zie ook: vluchtplan in Handreiking begeleiding):- het in kaart gebrachte risico;
- route (afspraken) wat te doen bij gevaar (bijvoorbeeld bellen vrouwenopvang via code);
- vorm van AWARE , een vlaggetjessysteem of een regeling met buurtagent.
4.4 - monitoring
Monitoring is van belang omdat de dreiging opnieuw kan ontstaan. Of omdat het gevaar kan verergeren door verandering van omstandigheden. De vrouw kan een nieuwe vriend krijgen of de afspraken die gemaakt zijn na bemiddeling hebben niet het gewenste effect. Of de cliënt zoekt vanuit het verlangen naar geborgenheid de familie op waardoor oude patronen opspelen en het gevaar op escalatie toeneemt. Het kan ook zijn dat het sociale netwerk zich verkleint, de hulpverlening opdroogt en de vrouw weer in een isolement dreigt te komen. Door langere tijd met de vrouw contact te houden kan haar situatie en de veranderingen die spelen worden vastgesteld. Bij hernieuwd gevaar kan sneller een maatregel worden genomen.
Een ander belangrijk effect van monitoring is dat het tegelijkertijd een beschermende factor is. Het feit dat familie en gemeenschap weten dat de politie, vrouwenopvang of andere instanties in contact met de vrouw blijven, draagt eraan bij dat zij de vrouw minder snel zullen bedreigen.
- Spreek met de cliënt en de betrokken ketenpartners af wie verantwoordelijk is voor de monitoring. Spreek af welke ketenpartner de regie heeft en contact houdt met de cliënt en/of een vertrouwenspersoon van de cliënt. Bij minderjarigen is dit bureau jeugdzorg (casemanager of voogd). Bij dreiging zal het doorgaans de politie zijn en bij ambulante hulpverlening bijvoorbeeld het AMW (Zie ook: het schema in de Handreiking ketenpartners). Als de meisjes in Zahir of EVA hebben gezeten, dan houden deze instellingen ná de opvang contact met de meerderjarige cliëntn. Bij minderjarige meisjes heeft bureau jeugdzorg (BJZ) de regie.4
- Spreek met de cliënt en betrokken ketenpartners af hoe contact met elkaar te houden. Er zijn verschillende manieren, bijvoorbeeld wederzijds bellen, via een vertrouwenspersoon, melden op het politiebureau, of (onverwacht) langs gaan (Ze ook: veiligheidsplan in de Handreiking begeleiding).
- Maak met de cliënt afspraak over de frequentie van contact, bijvoorbeeld een wekelijks contact in de beginfase van de nazorg. Dit kan later verminderen.(Zie ook: veiligheidsplan in de Handreiking begeleiding).
- Spreek met de cliënt af wat de route is bij hernieuwd gevaar (Zie hiervoor onder veiligheidsplan bij verlaten opvang).
De verantwoordelijkheidvoor het organiseren van nazorg, het langdurig volgen van het slachtoffer en het bijhouden van het dossier (monitoring), ook wanneer het slachtoffer verhuist, is nergens officieel vastgelegd. Spreek met elkaar af of dit de wijkagent, maatschappelijk werker, jeugdzorg of vrouwenopvang is.
5 - Nazorgovereenkomst en loslaten
Het is belangrijk dat er een nazorgovereenkomst wordt gesloten met de cliënt als zij de vrouwenopvang verlaat. In deze nazorgovereenkomst staan de afspraken op grond van het individuele plan, de steunstructuur en het veiligheidsplan. Hierin zijn ook de afspraken met eventuele andere ketenpartners vermeld. Ook is vastgelegd welke instantie verantwoordelijk is voor de monitoring en op welke wijze de cliënt wordt gevolgd.
Er komt een moment dat er een einde komt aan de zorg voor de cliënt. Ze kan weer geheel zelfstandig haar gang gaan. Toch is het belangrijk om de deur nooit helemaal dicht te gooien. Mochten er opnieuw problemen zijn, dan moet de cliënt de mogelijkheid hebben weer contact op te nemen. Het dossier sluit pas als de cliënt op eigen benen staat of als een andere ketenorganisatie de regie heeft. Maar ook dit dossier gaat weer open bij nieuwe dreiging.
Met verstand van zaken
- Inleiding (doc)
- Gevecht voor een vrij en eervol leven (doc)
- Strijd om tijd (doc)
- Beschermingsarrangement (doc)
