Achtergrond Informatie

Gevolgen (langdurig) slachtofferschap eergerelateerd geweld

  1. Welke verschillen kun je als hulpverlener zien tussen slachtoffers van eergerelateerd geweld, en slachtoffers van huiselijk geweld uit een groepscultuur?

De psychische en sociale gevolgen voor slachtoffers van eergeweld hoeven niet anders te zijn dan slachtoffers van huiselijk geweld die ook uit een groepscultuur afkomstig zijn. Beide geweldsvormen lopen vaak in elkaar over, liggen in elkaars verlengde. Slachtoffers van eergeweld kunnen ook slachtoffer van kindermishandeling of partnergeweld zijn, maar dit hoeft niet.

  1. Waarin verschilt de begeleiding van deze slachtoffers van huiselijk geweld met de begeleiding van slachtoffers van eergerelateerd geweld?

De begeleiding van beide groepen slachtoffers is in veel opzichten vergelijkbaar. Er zijn echter enkele belangrijke verschillen:

    1. Veel slachtoffers van eergeweld vinden zelf ook dat ze iets verkeerds hebben gedaan en schamen zich daarvoor. De begeleiders moeten er begrip voor hebben dat die schaamte vaak heel diep zit. De waarden en normen waar deze uit voortkomen zijn volledig geïnternaliseerd.
    2. De veiligheid vraagt extra attentie van de begeleiding. Slachtoffers van eergeweld vrezen niet geweld van één dader, maar geweld door de hele (schoon)familie.
    3. Contactherstel met welk familielid dan ook kan voor de cliënt ronduit gevaarlijk zijn en daarom ten stelligste worden afgeraden. Dit betekent een totaal teruggeworpen zijn op zichzelf en vaak eenzaamheid. Het opbouwen van een volledig nieuw netwerk vergt veel aandacht in de begeleiding.

Gevolgen langdurig slachtofferschap

Een paar opvallende problemen na langdurig slachtofferschap van eergeweld zijn hier uitgelicht. Het is als volgt opgebouwd:
  1. beschrijving van een probleem
  2. wat kan een werker in de VO hiervan eventueel zien bij cliënten
  3. enkele handreikingen voor de begeleiding
De hier gemaakte beschrijvingen zijn expliciet gebaseerd op observaties en ervaringen in de meiden- en vrouwenopvang van de Expertgroep Eergerelateerd Geweld van de VO. De ervaring moet nog verder uitgebouwd worden, en de hier gegeven handreikingen dienen nog te worden getoetst op bruikbaarheid en effectiviteit. Ze zijn dus uitdrukkelijk op de praktijk gebaseerd, niet op wetenschap.
 +   - 

1 - Angst

Beschrijving:

  • Het leven van vrouwen en meisjes die slachtoffer zijn of worden bedreigd met eergerelateerd geweld, wordt getekend door angst. Ze hebben angst voor sancties, verstoting, geweld en eerwraak (= moord). Dit is niet weg op het moment dat ze ‘veilig’ in de opvang zitten, integendeel, ze weten dat het gevaar soms daardoor nog groter wordt. Ze hebben zich immers onttrokken aan het gezag en controle van de familie.
  • Vaak leven meisjes en vrouwen in groepsculturen van jongs af in spanning, omdat zij leren dat de familie-eer voor een groot deel afhankelijk is van haar gedrag, opdat zij geen aanstoot geeft en als onkuis te boek wordt gezet. Angst voor gezichtsverlies, voor schande en eerverlies wordt met de paplepel ingegoten. Angst voor de strenge controle van de moeder en andere vrouwelijke familieleden, angst voor de sancties van de vader en de broers.
  • Om vervelende situaties te vermijden leren meisjes daardoor om niet het achterste van de tong te laten zien, om openlijke confrontaties te vermijden, om een ‘geheim’ leven te leiden als zij dingen doen die niet mogen.
  • Soms nemen de angsten volledig bezit van haar, hoewel er misschien geen concrete aanleiding voor angst is. Dan is de angst irreëel. Het komt voor dat slachtoffers van eergeweld een angststoornis ontwikkeld hebben.
  • Overigens komt het ook voor dat mannen – vanuit psychiatrische problemen - overdreven bang zijn dat hun vrouw overspel pleegt en dat de buren over hen roddelen. Hij kan haar onnodig streng controleren en gewelddadig zijn. Dit is dan overigens geen eergerelateerd geweld.

Wat kun je zien in de opvang:

De slachtoffers

  • zijn extreem angstig, zien overal gevaar, worden bijna paranoia. Soms is deze angst terecht, soms niet. Vaak durven ze niet op straat.
  • hebben moeite om hun angst te uiten, om de angst te voelen. Zij kunnen gaan dissociëren.
  • zijn voortdurend angstig voor bekendwording in en represailles van de familie. En niet zelden ook terecht.
  • kunnen niet altijd een reële inschatting maken van het gevaar. Er kunnen irreële gedachten opkomen.
  • geven eerder sociaal wenselijke antwoorden, conflicten te voorkomen.
  • hebben vaak verlaagd zelfvertrouwen.
  • hebben moeite om te ontspannen.
  • hebben moeite om openlijk te praten over taboes (seks) en over de geleden vernederingen. Dit gaat gepaard met angst, want je hoort de ‘vuile was’ van de familie niet naar buiten te brengen. Hier kunnen strenge represailles van de familie op volgen. Angst is hier een vorm van controle, want als de vuile was naar buiten komt, zal de familie problemen krijgen.

Handreikingen voor de begeleiding

  • Neem de angst altijd serieus.
  • Wanneer de angst voor geweld door de familie reëel is, regel zoveel mogelijk de veiligheid. Bespreek met haar hoe zij door haar eigen gedrag de veiligheid kan vergroten.
  • Wanneer er sprake is van een irreële angst, of zelfs een angststoornis, moet daaraan gewerkt worden door een deskundige.
  • Wanneer zij niet durven vertellen wat er is gebeurd thuis, zul je met veel geduld en zoveel mogelijk concrete informatie boven tafel moeten halen. Eventueel – na overleg met cliënte - de politie raadplegen om het gevaar te kunnen inschatten.
  • Ontspanningsoefeningen kunnen voor sommige cliënten verlichting bieden. Bij psychiatrische problematiek is dit echter af te raden vanwege mogelijk oproepen van dissociaties.

2 - Psychische problemen

Beschrijving:

  • Veel vrouwen en meisjes die slachtoffer zijn van eergeweld maakten langdurig ernstige vormen van huiselijk geweld mee. Er is zowel sprake van geestelijke onderdrukking, opsluiting en isolatie en, niet zelden ook van ernstige en langdurige lichamelijke mishandeling. Sommige van hen komen uit families met een criminele inslag waar gebruik van geweld, ook met wapens, vrij gebruikelijk is.
  • Een deel van hen is ook slachtoffer van incest door de vader, broers en/of ooms en neven. De familie bedreigt hen met meer geweld en zelfs met moord, wanneer zij deze ervaringen zouden vertellen aan derden. Dan komt immers de familie-eer in gevaar, want wie wil nog met zo’n familie omgaan?
  • Overigens blijkt dat veel ouders van de meisjes die vanwege eerwraakdreiging in de opvang zitten, ook psychische problemen hebben, bijv. vanwege hun migratie- of vluchtgeschiedenis. Sommige problemen worden van generatie op generatie doorgegeven.

Wat kun je zien in de opvang:

Vrouwen en meisjes met ernstige psychische problemen kunnen:

  • depressief, passief, lusteloos blijken
  • extreem wantrouwend zijn, zeker naar mannen (vaak ook terecht)
  • stemmingswisselingen hebben
  • grensoverschrijdend gedrag vertonen
  • niet durven vertellen over het (seksueel) geweld,
  • zich schamen voor het seksueel geweld, omdat ze ‘bezoedeld’ is
  • achtervolgingswaan hebben ontwikkeld.
  • alle andere bekende gevolgen van langdurig (seksueel) geweld vertonen

Niet alle slachtoffers met ernstige geweldservaringen ontwikkelen dergelijke, soms psychiatrische problemen.

Handreikingen voor de begeleiding:

  • Er dient een zorgvuldige analyse en diagnose gemaakt te worden van de aanleiding tot de psychische problemen en van de factoren die het in stand houden.
  • Hierin dienen ook de mogelijke psychische problemen van de ouders te worden meegenomen.
  • Voor deze groep cliënten moet er vanuit de opvang behandeling, therapie geregeld worden.
  • Overleg met de familie lijkt dringend gewenst om te peilen of zij geweld gaan plegen, of de familie haar kan ‘vergeven’, of wil verstoten… Zie daarvoor de Handreiking Begeleiding:
  • Echtgenoot of ouders informeren
  • Contactherstel
  • Bemiddeling
  • De kunst van een goede begeleiding is om de spiraal van negativiteit te doorbreken, medicatie kan soms een handje daarbij helpen.
  • Het heeft geen zin om haar schaamtegevoelens te bagatelliseren of te ontkennen, want vanuit haar manier van denken, het familieperspectief, is dit gevoel zeer reëel.
  • Psycho-educatie biedt inzicht in de spiraal van geweld en in de psychische gevolgen.

3 - Schuld- en schaamtegevoelens

Beschrijving:

  • Vrouwen en meisjes in strenge familieculturen ontwikkelen vaak veel schuld- en schaamtegevoelens over hun gedachten en gedrag die buiten de normen en opvattingen van de familie vallen.
  • Ze krijgen meestal weinig tot geen zelfvertrouwen en gevoel van eigenwaarde mee.
  • Er wordt voortdurend op hen gelet, op wat ze doen en zeggen, hoe ze zich gedragen en kleden. Op alles wat afwijkt van de norm worden zij door vrouwen (moeders, zusters, vriendinnen, ..) en mannen (vaders, broers, ooms, ..) aangesproken. Dat is zeker het geval als ze de familie-eer in gevaar brengt.
  • Ook al is ze onschuldig, zij krijgt de schuld als er over haar geroddeld wordt. Als een man teveel openlijke aandacht aan haar schenkt, kan zij daardoor in problemen komen.

Wat kun je zien in de opvang:

Cliëntes zijn vaak:
  • moe en lusteloos, apathisch en depressief
  • bang om te vertellen wat er met ze is gebeurd, dat is de ‘vuile was’ buiten hangen en kan de familie te schande brengen
  • schaamtevol over wat er is gebeurd en vol van de gedachte dat het hun eigen schuld is
  • moeilijk bereikbaar om deze gedachten uit hun hoofd te krijgen
  • moeilijk in staat om eigen keuzes en beslissingen te nemen
Zij:
  • weten hun grenzen niet meer
  • leven tussen twee culturen en hebben zowel loyaliteitsproblemen als identiteitsproblemen
  • hebben wisselende stemmingen

Handreikingen voor de begeleiding

  • Belangrijk is om haar schuld- en schaamtegevoelens te erkennen, want ze zijn vanuit haar perspectief heel reëel. Het heeft geen zin deze te bagatelliseren of te ontkennen.
  • Om over haar gevoelens te kunnen praten bied je haar veel tijd, geduld, duidelijkheid, structuur en veiligheid.
  • Je kunt op een luchtige manier onderwerpen bij de kop pakken door opmerkingen als: “Ik hoorde eens van een Turks meisje dat ….”, of: “Ik begrijp dat ze in groepsculturen het zus en zo doen …”.
  • Belangrijk is om haar meerdere alternatieven te laten zien en om haar te stimuleren om een eigen keuze te maken. Houd er rekening mee dat zij dit voor haar heel moeilijk is.
  • Van een hulpverleenster die van dezelfde culturele of religieuze achtergrond is verwachten cliënten vaak dezelfde normen en opvattingen. Door open te zijn over eigen opvattingen en door voorbeelden te geven van andere leefstijlen, kan de hulpverleenster de cliënte een idee geven van hoe het ook anders kan – zonder de waarden vanuit de eigen cultuur of het geloof af te zweren.

4 - Zelfmoordgedachten

Beschrijving:

  • Veel meisjes en vrouwen hebben in mindere of meerdere mate zelfmoordgedachten, sommigen doen ook daadwerkelijk een of meerdere zelfmoordpogingen. Soms slagen deze.
  • Meisjes en vrouwen die wegvluchten naar de opvang lijken hiertoe over het algemeen minder geneigd dan diegenen die thuis blijven. Deze laatste zien vaak geen andere manier om aan hun “lot” te ontkomen.
  • Zij voelen zich zo ‘gevangen’ in hun familie en gemeenschap, waar ‘duizend paar ogen’ hen in de gaten houden, waaraan geen ontsnapping mogelijk lijkt.
  • Ze voelen zich vaak eenling in het gezin en familie en anders behandeld. Door voortdurende vernederingen die ze vaak ondergaan voelen ze zich waardeloos.
  • En omdat ze zich waardeloos voelen, ervaren ze dat ze daardoor - en door hun ideeën die buiten de gebaande paden vallen, dat ze de familie alleen maar tot last zijn. Ze willen de familie niet tot schande brengen en zien geen andere uitweg meer dan de dood.
  • Zelfmoord(pogingen) kunnen ook onder druk van de familie plaatsvinden. Die zuivert daarmee een eerschending, en voorkomt dat ze zelf een moord hoeven uit te voeren, met alle consequenties van dien (lange gevangenisstraf bijv.).

Wat kun je zien in de opvang:

Deze vrouwen en meisjes zijn:
  • eerst opgelucht over de veiligheid en rust, dan komt echter de twijfel, onzekerheid en angst weer terug, en ook hun loyaliteitsgevoelens. Daarmee komen soms ook de zelfmoordgedachten terug, als enige optie om uit de situatie te ontsnappen.
  • ernstig depressief, onderworpen aan herbelevingen, waanbeelden en dissociaties
  • moeilijk om contact mee te krijgen
  • niet of nauwelijks in staat om een lichtpuntje te zien, zo zwaar op de hand, dat het een zware wissel trekt op de medebewoonsters

Handreikingen voor de begeleiding

  • In principe is de begeleiding van deze cliënten met zelfmoordgedachten dezelfde als wanneer zij een autochtone Nederlandse herkomst hebben. Je moet als begeleider wel weten dat de eercomponent echter sterk kan zijn: zelfmoord om ‘eerverlies’ te voorkomen, en als middel om de familie-eer te zuiveren.
  • In gesprek met haar kun je stilstaan bij wat de culturele of religieuze norm is over zelfmoord, en in hoeverre dat strijdig is met haar gedrag. Je kunt aan een moslima bijvoorbeeld vragen: Wat vindt Allah hiervan? (In de islam mag je jezelf niet doden). Datzelfde geldt voor het christendom. De cultuur blijkt echter sterker.
  • Het is belangrijk om in de behandeling de zelfmoordgedachten serieus te nemen en bespreekbaar te maken, maar ook duidelijk de grenzen te stellen: wij accepteren die gedachten hier niet, zo lossen we hier de problemen niet op! Of: ik verwacht je maandag weer te zien! In een contract kun je met haar vastleggen dat zij (in de opvang) geen zelfmoord pleegt.
  • De instelling dient afspraken te maken hoe de werkers qua benadering en behandeling hiermee omgaan.
  • Ook dient de instelling kennis te vergaren door bijv. consult te vragen bij een transcultureel psychiater. Behandeling is een must voor deze cliënte en deze dient zo snel mogelijk te worden ingezet.

5 - Geen netwerk

Beschrijving:

  • Bijna niemand van de cliënten die met eergeweld te maken hebben heeft een netwerk buiten de familie, zeker niet onder Nederlanders.
  • Zij mochten niet met Nederlandse leeftijdgenoten op school omgaan, want de familie was bang dat ze de normen en opvattingen over ‘vrije’ seks van Nederlanders zouden overnemen.
  • Vaak kregen ze geen toestemming om, buiten de bijeenkomsten en feesten van de familie of buren, bijeenkomsten te bezoeken. Na schooltijd moesten ze vaak direct naar huis, zeker wanneer ze een keer te laat thuiskwam.
  • Alleen vrouwen en meisjes die studeerden of werkten hebben soms wel een enkele contacten buiten de familie.

Wat kun je zien in de opvang

Deze vrouwen en meisjes:
  • hebben geen veilige adressen om af en toe op bezoek te gaan of te bellen
  • ervaren grote eenzaamheid
  • hebben loyaliteitsproblemen en heimwee naar de familie, zijn daardoor geneigd contact te zoeken met de eigen familie, wat tegelijk risicovol is
  • hebben de groep en de werkers in de opvang nodig als netwerk
  • hebben niet geleerd om met mensen buiten de familie om te gaan

Handreikingen voor de begeleiding:

  • Nu contacten met familieleden, vrienden en bekenden te riskant zijn, zal de opvang moet helpen bij het opbouwen van een netwerk buiten de familie.
  • Het opbouwen van goede, en ook veilige vriendschappen kost tijd en verdient ook de aandacht van de opvangvoorziening. Veel vrouwen en meisjes zijn niet gewend om buiten de familie zelf contacten op te bouwen, bij hen moet je de basis hiervoor nog leggen.
  • Je staat met haar stil bij wat ze in de vriendschap verwacht, bij het leren afgaan op het eigen gevoel of iemand is te vertrouwen. Na de opvangperiode moet men hier in de vorm van nazorg, begeleid of beschermd wonen mee door gaan.
  • Aangezien nieuwe contacten risicovol kunnen zijn moet de vrouwenopvang ook hierin maatregelen treffen om de veiligheidsrisico’s te beperken.
  • De opvang kan ook zelf actief in de omgeving zoeken naar mogelijkheden waarop cliënten contacten kunnen leggen. Bijvoorbeeld door verschillende mensen die als ‘gastgezin’ willen fungeren. De meisjes die deelnemen kunnen dan regelmatig naar ‘hun’ gezin, waar zij als ‘zus’ worden opgenomen. Zij vieren bijv. verjaardagen of jaarwisseling samen1.
 
 
Met verstand van zaken