Achtergrond Informatie

Familieperspectief

Wat kan een werker in de opvang opvallen aan cliënten die zijn opgegroeid in een groepscultuur waarin de familie-eer belangrijk is? Hoe kan hij of zij daarmee omgaan?

De hier gemaakte beschrijvingen zijn expliciet gebaseerd op observaties en ervaringen in de meiden- en vrouwenopvang van de Expertgroep Eergerelateerd Geweld van de VO. De ervaring moet nog verder uitgebouwd worden, en de hier gegeven handreikingen dienen nog te worden getoetst op bruikbaarheid en effectiviteit. Het is dus uitdrukkelijk op de praktijk gebaseerd, niet op wetenschap.

Via drie thema’s wordt een korte schets gegeven van het opgroeien met een familieperspectief. Het is als volgt opgebouwd:

  1. beschrijving van enkele kenmerken
  2. wat kan een werker in de VO hiervan eventueel zien bij cliënten
  3. enkele handreikingen voor de begeleiding
Deze Handreiking kan helaas slechts zeer beknopte beschrijvingen geven, waardoor helaas vrij stereotype beelden naar voren komen. De beschrijvingen geven slechts een indicatie aan de werker. Het is aan de werker om niet in stereotypen te blijven hangen, maar om per cliënte het beeld te verfijnen en te nuanceren. De onderlinge verschillen tussen cliënten en tussen hun families zijn namelijk groot.

Voor uitgebreide achtergrondinformatie lees het boek: Eer en eerwraak; definitie en analyse; Rob Ermers; Bulaaq, 2007.

Lees ook: Eergerelateerd geweld in Nederland. Onderzoek naar de beleving en aanpak van eergerelateerd geweld. N. Brenninkmeijer e.a.; Sdu Uitgevers, 2009

 +   - De thema’s:

1 - Groepsbelang en familie eer

Beschrijving

  • De landen van herkomst van de (ouders van) cliënten die bedreigd worden met eergeweld, liggen veelal in Noord-Afrika, het Midden Oosten en Azië (de wortels liggen van de Surinaams-Hindoestanen liggen in India).
  • In deze landen is veelal sprake van een traditionele, patriarchale familiecultuur: iemand is vooral lid van de familie en behoort tot een gemeenschap van verschillende families. De leden bieden elkaar respect, bescherming en steun.
  • Van jongs af aan ontwikkelt men een sterk familiebesef, kinderen ontvangen hier liefde en bescherming, en worden geacht dit later andersom ook te geven aan de familie. Men valt de eigen familie niet af.
  • Een individueel besef zoals we dat kennen in individualistische samenlevingen (als de Noord-West Europese), komt minder tot ontwikkeling.
  • Uiteraard zijn er ook allerlei mengvormen van beide culturen. Culturen zijn nooit statisch, dus voortdurend aan verandering onderhevig, als gevolg van migratie, emancipatie, sociaal-economische positie, e.d.
  • In een groepscultuur vormt de familie een sterke eenheid en is in allerlei opzichten nauw met elkaar verbonden. We spreken hier over de grootfamilie met opa, oma, ooms, neven en nichten, etc. Ook diegenen in het herkomstland behoren er toe.
  • In groeps- of familieculturen zijn de verhoudingen vaak hiërarchisch, waarbij de pater familias of de stamoudste de belangrijkste beslissingen nemen. Meestal staat in de hiërarchie de man boven de vrouw, de oudere boven de jongere. Bij Hindoestanen neemt de oudere vrouw een belangrijke positie in in de familie.
  • Voor veel ouders is het niet gebruikelijk om met hun kinderen te overleggen, er zijn vrij strikte regels waar kinderen zich aan moeten houden. Een ‘opvoedkundige tik’ is niet een ongebruikelijk middel om de (jonge) kinderen tot gehoorzaamheid te dwingen.
  • Om de bescherming en steun van de gemeenschap als sociaal en economisch vangnet te blijven ontvangen, dient een familie eer te bezitten. Dit betekent dat alle leden van de familie van onbesproken gedrag moeten zijn.
  • In de praktijk betekent dit dat meisjes en vrouwen kuis moeten zijn in hun houding en gedrag, d.w.z. geen seks buiten het huwelijk hebben en ook geen aanleiding geven tot geruchten daarover. Mannen en jongens moeten de familie eer bewaken en zo nodig herstellen.
  • De regels rond eer, seksualiteit, kuisheid, gewenst mannelijk en vrouwelijk gedrag, e.d. worden impliciet, en bij overtreding vaak expliciet duidelijk gemaakt.
  • Wanneer één van de leden de regels overtreedt, kan de familie-eer in gevaar komen, met als gevolg dat de familie uit de gemeenschap wordt verstoten.
Culturen zijn niet statisch. Normen en opvattingen veranderen voortdurend onder invloed van migratie, emancipatie, sociaal-economische positie, e.d. Dit geldt ook voor de opvattingen van individuen en families over eer en over geweld. Bevraag dus de cliënte tegenover je uitvoerig over hoe het zit in haar familie. Zo voorkom je dat je vanuit algemene informatie handelt in plaats vanuit de specifieke situatie van cliënte.

Wat kun je zien in de opvang:

  • Wanneer cliënte nauw verbonden is met haar familie en meer traditionele opvattingen heeft, kan het zijn dat ze:
  • bescheiden en respectvol is naar oudere medebewoonsters en naar medewerkers
  • moeite heeft met de aanwezigheid van mannelijke medewerkers
  • moet wennen aan de vrijere omgangsvormen en directe benadering van de (Nederlandse) medewerkers en medebewoonsters
  • veel bezig is met haar geloof, daar veel steun aan ontleent

Wanneer cliënte meer liberale opvattingen kan het zijn dat ze:

  • ze zich afzet tegen de traditionele normen en rolpatronen
  • niet of nauwelijks met religie bezig is
  • zich in haar vrijheid niet wil laten beknotten door de vrouwenopvang en verzet ze zich tegen regels rond bellen, uitgaan, e.d.

Voor beide groepen vrouwen geldt vaak dat zij:

  • een sterke loyaliteit hebben naar de familie
  • moeite hebben met praten van wat ze zelf voelen, maar wel hun emoties mogen tonen (huilen, schelden, lachen, …)
  • eer en status belangrijk vinden
  • veel aandacht voor het uiterlijk hebben
  • een scherpe scheidslijn trekken tussen goed en slecht
  • nadruk leggen op hiërarchie, op ongelijkheid
  • contacten heel belangrijk vinden, vaak belangrijker dan afspraken (in relatie tot status)
  • meer op korte termijn plannen

Handreikingen voor de begeleiding

  • Als hulpverlener heb je kennis van groepsculturen, maar probeer je steeds de individuele vrouw voor je te zien met haar eigen unieke geschiedenis en situatie!
  • Let op! De vrouw of het meisje in de opvang is geen ‘vertegenwoordiger’ van haar cultuur. Ieder individu is anders. Soms onderscheiden mensen bij zichzelf ‘mijn Turkse deel’ (of ‘Hindoestaanse’, of ‘Chinese deel’), en ‘mijn Nederlandse deel’.
  • Houd altijd het individu dat voor je zit voor ogen. Factoren als leeftijd, eerste of tweede generatiemigrant, sociale klasse, getrouwd of nog bij de ouders wonend, zijn van invloed op iemands gevoel, houding en gedrag.
  • Realiseer dat een cliënte meerdere kanten en opvattingen heeft, die wellicht voor jou soms tegenstrijdig lijken, maar haar werkelijkheid zijn.
  • Herstel van contact met de familie is meestal erg belangrijk voor de cliënten uit familieculturen. Respecteer haar behoefte en haar loyaliteit naar haar familie, maar wijs haar op de eventuele risico’s.
  • Om contact met de familie mogelijk te maken zetten de vrouwen en meisjes soms stappen, die tegen de normen van de hulpverlener indruisen. Zoals een ‘maagdenvlieshersteloperatie’, een abortus, een gearrangeerd of gedwongen huwelijk accepteren. Stel deze stappen wel ter discussie: Is dit echt wat je wilt? Hoe ver ga je de volgende keer?
  • Ook zet je met haar alle voor- en nadelen op een rij, bespreek je de eventuele alternatieven. Cliënten moeten soms voor deze opties ‘kiezen’ als strategie om geweld te voorkomen. Of om de familie onder ogen te kunnen komen.
  • Je mag jouw normen en opvattingen over haar keuze uiten, maar belast haar er niet mee.
  • Respecteer haar uiteindelijke keuze en steun haar om deze zo goed en veilig mogelijk uit te voeren.

2 - Gelaagde identiteiten

Beschrijving

  • Opgroeiend in een familiecultuur ontwikkelt men een sterk groepsbewustzijn. Men is vooral lid van de familie. Daar is men onlosmakelijk mee verbonden.
  • Belangrijke beslissingen worden door de familie genomen. Men is dit gewend en vindt dit vanzelfsprekend. In principe accepteert en respecteert men deze beslissingen.
  • Een belangrijke norm is om respect te betonen aan de ouders, aan ouderen. Daarmee bekrachtigt men de bestaande sociale verhoudingen. Ieder kent zijn of haar eigen plaats.
  • Bij een verschil van mening met de ouders, is het moeilijk om dit te uiten. Ouders kunnen dit immers opvatten als disrespect betonen. Kinderen zoeken al jong manieren waarbij zij wel respect betonen aan de ander, maar ondertussen toch (als ze het oneens blijven met de ouders) de eigen mening blijven houden.
  • Om gezichtsverlies en conflicten te voorkomen leren kinderen al jong om subtiel de eigen individuele behoeften en gedragingen af te stemmen op wat kan en mag. Uit respect voor je vader rook je niet in zijn gezelschap.
  • ‘Sociaal wenselijke’ antwoorden geven wordt meer gewaardeerd in familieculturen dan rechtstreeks en direct communiceren. Veel jongeren lukt het om via indirecte communicatie met hun familie toch de eigen wensen te verwezenlijken.
  • Men ontwikkelt meerdere, gelaagde identiteiten. In allerlei verschillende sociale omstandigheden en onder verschillende mensen, kan men zich heel subtiel te bewegen. Zonder een ander voor het hoofd te stoten, kan men eigen behoeften vervullen. Soms verkleden meisjes zich op school in meer sexy kleren, gaat de hoofddoek af, en voor ze naar huis gaan gebeurt in omgekeerde volgorde hetzelfde.
  • Het is in een familiecultuur waarin familie-eer hoog in het vaandel staat, belangrijk dat je niet in het openbaar iets doet of zegt wat tegen de eercodes ingaat. Als je lesbische gevoelens hebt, of zelfs een lesbische relatie, vertel het niet hardop, of neem je vriendin niet openlijk als geliefde mee naar de familie.
  • Mensen leiden op deze manier een ‘geheim leven’. Zij hebben meerdere identiteiten.
  • Er is wel een voortdurende angst voor ontdekking. Zeker wanneer het de overtreding van de strenge kuisheidsregels betreft, kunnen de gevolgen daarvan ernstig zijn.
  • Men mag als individu een zekere mate van autonomie nastreven, maar niet zonder respect te betonen aan de familie. Het vrijelijk uiten van een andere mening, het zelfstandig beslissingen nemen zonder de familie daarin te raadplegen, wordt niet gewaardeerd.

Wat kun je zien in de opvang:

Een vrouw die of meisje dat in een familiecultuur is opgegroeid:
  • zal steeds afwegen wat ze wel of niet kan vertellen. De context bepaalt de reactie.
  • zal niet altijd duidelijk kunnen antwoorden wat ze wil, denkt, voelt, etc. Zeker als ze bang is dat het antwoord niet in goede aarde valt en ze een afwijzing verwacht.
  • soms is haar gevoel of mening zo nauw verweven met wat de familie vindt of goedkeurt, dat ze niet precies weet wat ze zelf vindt. Zij zal wellicht in eerste instantie denken: “Wat zal mijn familie hiervan vinden?” Of: “Als de familie er maar niet achter komt!”.
  • uit respect voor de ander zal ze misschien een sociaal wenselijk antwoord geven, en laat ze beslissingen over aan de hulpverlener
  • kan moeilijk toegeven dat het niet goed met haar gaat, ze heeft moeite om over eigen gevoelens te praten.
  • ze schaamt zich voor haar eigen gedrag en voor wat ze daarmee haar ouders, zusjes, broers, maar ook ooms en tantes, neven en nichten heeft aangedaan. Door haar schuld zijn zij getroffen door de sociale sancties van de buren.
  • wanneer er psychiatrische problemen spelen, komt daarbij soms een ‘catharsis’, een suïcidepoging of automutilatie.
  • soms kan zij zich in de opvang schijnbaar assertief, zelfs agressief gedragen
  • en soms vloeit haar houding voort uit berekening, is het eerder ‘street-wise’ gedrag.

Handreikingen voor de begeleiding

  • Stem het aanbod van begeleiding af op haar individuele behoefte. Bij sommige cliënten sluit een therapeutisch aanbod, waarbij ze veel moeten praten en van zichzelf bloot geven, niet aan. Dat kan hen teveel zijn, omdat ze nauwelijks leerden om naar zichzelf te kijken.
  • Houd er rekening mee dat cliënte door haar opvoeding in twee culturen meerdere identiteiten heeft. Ze zal niet altijd alles vertellen of het anders vertellen, afhankelijk van de context. Probeer door concrete vragen te stellen de feitelijke informatie boven tafel te krijgen.
  • Wees erop bedacht dat meisjes en vrouwen niet makkelijk toegeven wanneer het niet goed met ze gaat. Vertrouw op je eigen observaties en gevoel (en van collega’s) en houd haar in de gaten en vertel haar wat je ziet.
  • Ze heeft misschien wel inzicht in haar situatie en in haar gedrag, maar ze ontbeert een ‘handelingsrepertoire’ om het anders te doen. Wees geduldig, consequent en wijs haar niet af. Leg uit hoe het anders kan.
  • Overvraag de cliënte niet, je kunt niet verwachten dat ze meteen helemaal meegaat in het stramien van de opvangvoorziening en in het hulpaanbod.
  • Ook kunnen ze het heel angstig en bedreigend vinden om veel van zichzelf en hun familie te vertellen. Wat kunnen de gevolgen daarvan zijn? Houd hier rekening mee en toon begrip, forceer niets. Wellicht lukt het in latere instantie wel.
  • Voor sommige vrouwen werkt ontspanning en leren om tijd voor zichzelf te hebben goed. Veel beeldend werken, niet praten maar doen, dat sluit bij sommigen goed aan. Andere cliënten kunnen wel goed praten over hun problemen en hebben juist veel baat bij therapie.
  • Elke cliënte ervaart voordeel van een basis van duidelijkheid en structuur.

3 - Vrijheid versus grenzen

Beschrijving

  • Wanneer kinderen en jongeren niet openlijk kunnen leven naar eigen wensen en behoeften, leren zij niet dat zij, en hoe zij zelf grenzen kunnen stellen.
  • Zij leren in de familiecultuur om als individu zich aan de groepscodes te houden. Deze codes worden buiten hen om vastgesteld en gecontroleerd.
  • Meisjes worden heel beschermd opgevoed, met beperkte bewegingsvrijheid, om te voorkomen dat hun kuisheid in het geding komt. Ze hebben nooit leren praten over seks en jongens, mochten nooit uitgaan.
  • Omdat zij niet leren om eigen grenzen te stellen, zijn zij kwetsbaar voor grensoverschrijdingen door anderen.
  • En wanneer zij wel proeven van de vrijheid, wanneer zij onder de controle van de ouders weg zijn (bijvoorbeeld in de opvang), dan weten zij niet met de gevonden vrijheid om te gaan. Zij zoeken de grenzen op en niet zelden overschrijden ze deze.
  • Vrouwen en meisjes met een verstandelijke beperking zijn extra kwetsbaar voor grensoverschrijdingen. (Als de familie erkent dat ze het meisje niet verantwoordelijk kunnen stellen voor haar daden vanwege haar beperking, loopt zij minder gevaar van de zijde van de familie).

Wat kun je zien in de opvang:

  • Een enkeling laat in het begin misschien over zich heen lopen door medebewoonsters. Zij zegt niet ‘stop’ als iets haar niet bevalt.
  • Wellicht voelt ze zich er wel ongelukkig door, ze trekt zich steeds meer terug en gaat meer haar eigen gang, zonder iets met een andere te delen.
  • Sommigen hebben van huis uit nauwelijks geleerd om begrip te tonen naar elkaar, het is meer ieder voor zich.
  • De vrouwen en meisjes herkennen en erkennen elkaars problemen

Anderzijds zijn er ook meisjes en vrouwen die:

  • Grensoverschrijdend gedrag vertonen door bijv. de huisregels of veiligheidsregels te overtreden. Sommigen vinden de strenge regels buitenproportioneel voor wat zij nodig hebben, en vertrekken soms om die reden.
  • Een brutale of uitdagende houding naar de medewerkers hebben, omdat ze (on)bewust wil uittesten hoe ver ze kan gaan, voordat men haar laat vallen of gaat slaan.
  • Agressie tolereren en ook zelf conflicten met geweld ‘oplossen’, omdat dit soms de enige manier is die ze daarvoor kennen.
  • Gevaar opzoeken op straat, contacten met mannen, ook via internet. Risico’s lopen op strikken van ‘loverboys’, seksueel misbruik, etc. Waardoor ze meer risico’s lopen op eerschending en daarmee eergeweld van de familie

Handreikingen voor de begeleiding

  • Als instelling moet je per cliënt zoeken naar de meest geëigende aanpak.
  • Bij die (m.n.) minderjarige cliënten die moeite hebben met het hanteren van de vrijheid, die de regels in de opvang aan hun laars lappen, helpt soms een strakke dagstructuur. Duidelijke leefregels van wat wel en niet mag, gecombineerd met psycho-educatie in een pedagogische begeleidingssetting, werkt voor een deel van deze meisjes positief.
  • In individuele gesprekken kun je haar gedrag aan de orde stellen, haar enerzijds brutale houding, anderzijds onderdanige houding. Hoe kom je aan deze houding? Wat wil je er mee bereiken? Hoe kan het anders?
  • Dit kan ook in thematische groepsgesprekken plaatsvinden. Realiseer dat de groep daarbij niet echt kan helpen, vanwege de (reële) angst dat medebewoonsters informatie doorgeven als zij terug naar huis gaan.
  • Voor sommige cliënten werkt het goed wanneer er in de groep een combinatie is van oudere en jongere vrouwen. Er kan dan een balans ontstaan. De oudere vrouwen kunnen een oogje in het zeil houden en de jongere kunnen van hen leren.
  • Bij andere cliënten werkt dit echter averechts. Een jong meisje verzet zich tegen de controle en verwijten van een oudere vrouw die zich als een ‘tante’ opstelt!
  • Voor vrouwen en meiden met een verstandelijke beperking zijn strakke en duidelijke regels en structuur steunend om grensoverschrijdingen te voorkomen. Instrumenten die je daarbij kunt gebruiken: dagschema’s, een woedethermometer, ….
  • Realiseer dat je meer tijd moet inruimen voor hun begeleiding. Het uitleggen van regels, het praten over hun situatie en hun problemen dient geregeld te worden herhaald. Het begeleidingsproces is intensiever.
 
 
Met verstand van zaken